Kamerstuk 22181, nr. 331: Evaluatieverslag KFOR, Nederlandse militaire bijdrage aan de Kosovo Implementation Force 1999-2000 (brief van 11 mei 2001)
Van Rijksoverheid en Tweede Kamer. Hieronder alles wat Heimdall eruit haalt.
Lees de bron zelf (opent in nieuw venster)
Hoe Heimdall dit gebruikt
Elk feit hieronder staat ook op zijn eigen pagina, met deze bron erbij. Waar Heimdall een zin uit de bron citeert, staat die woord voor woord achter "Waar dat staat".
Dat Heimdall een bron gebruikt, zegt niet dat alles erin klopt: lees bij twijfel het origineel.
- Uitgever
- Rijksoverheid en Tweede Kamer
- Wat Heimdall eruit haalt
- 38 feitenWelke, hieronder
- Over
- missies, materieel
Missies 2
Extraction Force
Verloop: 1998
Waar dat staat
De in Macedonië aanwezige Nederlandse eenheden maakten deel uit van de Extraction Force, die daar sinds het einde van 1998 was gestationeerd.
Missie Kosovo Force (KFOR)
Bron van de missie
Verloop: 1999
Verloop: 1999
Verloop: 3 apr 1999
Verloop: 10 jun 1999
Verloop: 11 jun 1999
Verloop: 13 jun 1999
Verloop: 14 jun 1999
Verloop: 20 aug 1999
Verloop: sep 1999
Verloop: nov 1999
Verloop: nov 1999
Verloop: 4 nov 1999
Verloop: 26 nov 1999
Verloop: feb 2000
Verloop: 10 mrt 2000
Verloop: apr 2000
Verloop: mei 2000
Verloop: 1 jun 2000
Verloop: 7 jul 2000
Verloop: 15 aug 2000
Uitkomst: resultaat
Uitkomst: resultaat
Uitkomst: resultaat
Uitkomst: resultaat
Uitkomst: resultaat
Uitkomst: resultaat
Uitkomst: omvang
Uitkomst: lessen
Uitkomst: lessen
Uitkomst: lessen
Waar dat staat
In de zomer van 1999 werden maatregelen genomen omdat asbest aangetroffen was op een locatie van de Nederlandse eenheden.
Een hoofddoelstelling van de genisten was gedurende het najaar van 1999 een zo groot mogelijk deel van de teruggekeerde bevolking weer onderdak te krijgen vóór de winter zou beginnen.
Hiervoor werd een afdeling M-109 rijdende artillerie informeel aan de Navo aangeboden, waarover de Kamer per brief werd geïnformeerd op 3 april 1999 (kamerstuk 22 181, nr. 244).
Op 10 juni 1999 besloot de Nederlandse regering deel te nemen aan Kfor. Aan dit besluit hechtte de Kamer een dag later haar goedkeuring.
Op 11 juni 1999 wijdde de Kamer een plenair debat aan Kfor. Deze betuigde unaniem instemming met het besluit van de regering inzake de Nederlandse bijdrage.
Van 13 juni tot 10 juli 1999 ontplooiden de Afdeling Rijdende Artillerie en het Geniehulpbataljon.
De Afdeling Rijdende Artillerie werd vanaf 14 juni 1999 gestationeerd in Orahovac en droeg gebiedsverantwoordelijkheid over dit stadje en omgeving.
Deze propositie werd door de Nederlandse regering aanvaard nadat het voorstel tot verandering van het gebied van verantwoordelijkheid mede aan de hand van elementen uit het Toetsingskader was beoordeeld. Hierover werd de Kamer op 20 augustus 1999 per brief geïnformeerd (kamerstuk 22 181, nr. 295).
In september 1999 werd op grond van een in het operatiegebied gemaakte operationele evaluatie de samenstelling van de uit te zenden eenheden overigens wel aangepast. Besloten werd toen extra pantserinfanterievoertuigen toe te voegen en de infanteriecapaciteit te versterken.
De 41e Afdeling Veldartillerie nam in november 1999 de werkzaamheden over van de 11e Afdeling Rijdende Artillerie.
Uiteindelijk verhuisde het contingentscommando in november 1999 naar Prizren (Kosovo), naar de locatie waar ook al het Geniehulpbataljon was gevestigd.
Hierover werd de Kamer op 20 augustus 1999 per brief geïnformeerd (kamerstuk 22 181, nr. 295). Op 4 november werd in opdracht van de commandant van Kfor een groot gedeelte van de Afdeling Rijdende Artillerie verplaatst van Orahovac naar Suva Reka.
Op grond van deze overwegingen besloot de regering op 26 november 1999 de eenheden in Kosovo na de uitzending van Kfor-2 niet te vervangen.
Aan het Geniehulpbataljon werd vanaf februari 2000 een Bulgaarse genieconstructiecapaciteit van ongeveer 45 militairen toegevoegd. Hierdoor kon vanaf januari 2000 een Nederlands peloton uit het Geniehulpbataljon worden teruggetrokken.
Op 10 maart 2000 werd het Nederlandse beveiligingspeloton van het helikopterdetachement in Toplicane afgelost door een soortgelijke Duitse eenheid.
De terugkeer uit het operatiegebied werd tussen medio april en begin augustus 2000 in fasen uitgevoerd.
In mei 2000 werden de verantwoordelijkheden van de Afdeling Veldartillerie overgedragen aan Duitse Kfor-eenheden en werden de Nederlandse onderkomens op Orahovac en Suva Reka ontruimd.
Vanaf 1 juni 2000 stonden de Nederlandse eenheden niet langer onder bevel van de commandant van Kfor.
Vanaf 1 juni 2000 stonden de Nederlandse eenheden niet langer onder bevel van de commandant van Kfor. … Op 7 juli waren alle Nederlandse eenheden uit Kosovo vertrokken.
Op 15 augustus 2000 waren de laatste Nederlandse militairen, logistieke deskundigen van het National Support Element, terug in Nederland.
Het Geniehulpbataljon speelde tijdens de uitzending op voorbeeldige wijze in op de situatie die in Kosovo werd aangetroffen en verleende de hulp waaraan op dat moment de meeste behoefte bestond.
Behuizing 30 vernielde huizen gesloopt 60 noodwoningen geprefabriceerd en op locatie gebouwd 180 bestaande woningen hersteld
Mede hierdoor werd het vertrouwen van de bevolking gewonnen, wat bijdroeg aan de verdere stabilisatie van de veiligheidssituatie in het gebied van verantwoordelijkheid.
Deze samenwerking verliep goed, hoewel een geïntegreerd beleid werd gemist. De UNHCR had deze coördinerende rol toebedeeld gekregen maar bleek niet voldoende in staat de politieke, humanitaire, economische en militaire aspecten op elkaar af te stemmen.
Hoewel er mogelijkheden waren voor de inschakeling van TMK-personeel bij humanitaire projecten werd dit slechts op zeer beperkte schaal werkelijk gedaan.
Het administratieve beheer van het in het operatiegebied aanwezige materiaal liet in sommige opzichten te wensen over.
Nederland leverde in twee rotaties ruim 3750 militairen voor deze operatie, gedurende Kfor-1 ongeveer 2050 militairen en gedurende Kfor-2 ruim 1700.
Omdat eenheden onder andere in crisisbeheersingsoperaties kunnen worden ingezet in een andere rol dan welke de eenheid is toebedeeld in het bondgenootschappelijke verdedigingsscenario, moeten alle militairen beschikken over voldoende algemene militaire- en infanterievaardigheden.
Bij inzet van Nederlandse eenheden onder bevel van commandanten van buitenlandse eenheden moet een goede communicatie over het mandaat van de Nederlandse eenheden en de nationale interpretatie van de RoE zijn gegarandeerd.
Door alle in een vredesoperatie uitgezonden marechaussees onder één bevel te brengen, niet onder de contingentscommandant maar onder de bataljonscommandant, is de militaire politiecapaciteit voor beide soorten politietaken vrij inzetbaar.
Materieel 3

Bo-105
Bron van het systeem
Genoemd bij Missie Kosovo Force (KFOR)
Waar dat staat
De drie Bo-105 (Bölkow) helikopters werden ingezet voor de algemene ondersteuning van de operatie. Ze waren voor personenvervoer, voor command- en controltaken en voor verkenningstaken ter beschikking gesteld aan Kfor en de MNB-S.

Chinook
Bron van het systeem
Genoemd bij Missie Kosovo Force (KFOR)
Waar dat staat
Het in Albanië aanwezige helikopterdetachement werd aan het Nederlandse contingent toegevoegd. … De Koninklijke luchtmacht leverde een helikopterdetachement dat bestond uit vier Bo-105 helikopters en drie Chinooks.

F-16
Bron van het systeem
Genoemd bij Missie Kosovo Force (KFOR)
Waar dat staat
Acht Nederlandse F-16's die eerder boven het gebied waren ingezet, werden onderdeel van de Navo-luchtcomponent die Sfor en Kfor ondersteunde.