Kamerstuk 29521, nr. 451: Kabinetsreactie op de IOB-eindevaluatie over de Nederlandse bijdrage aan MINUSMA 2014–2019 (brief van 30 september 2022)
Van Rijksoverheid en Tweede Kamer. Hieronder alles wat Heimdall eruit haalt.
Lees de bron zelf (opent in nieuw venster)
Hoe Heimdall dit gebruikt
Elk feit hieronder staat ook op zijn eigen pagina, met deze bron erbij. Waar Heimdall een zin uit de bron citeert, staat die woord voor woord achter "Waar dat staat".
Dat Heimdall een bron gebruikt, zegt niet dat alles erin klopt: lees bij twijfel het origineel.
- Uitgever
- Rijksoverheid en Tweede Kamer
- Wat Heimdall eruit haalt
- 11 feitenWelke, hieronder
Missies 1
Minusma
Verloop: mrt 2014
Verloop: jul 2016
Verloop: 2017
Verloop: 2018
Verloop: 1 mei 2019
Uitkomst: resultaat
Uitkomst: resultaat
Uitkomst: resultaat
Uitkomst: resultaat
Uitkomst: lessen
Uitkomst: lessen
Waar dat staat
In maart 2014 besloot het kabinet, mede op verzoek van de Tweede Kamer, drie Chinook transporthelikopters aan het Nederlandse contingent voor MINUSMA toe te voegen
In juli 2016 besloot Nederland om de transporthelikopters begin 2017 terug te trekken. Dit gaf de VN weinig tijd om te voorzien in opvolging.
De Nederlandse gevechts- en transporthelikopters werden in de eerste helft van 2017 door Duitsland afgelost.
Het beheer van Kamp Castor in Gao kwam in 2018 in Duitse handen.
De LRRPTG was de laatste Nederlandse eenheid die op 1 mei 2019 werd teruggetrokken uit Mali.
Het kabinet erkent dat de inlichtingenbijdrage de besluitvorming van MINUSMA in beperkte mate heeft ondersteund en dat de inlichtingenketen van de missie niet duurzaam is versterkt, om de redenen zoals aangedragen door IOB.
2. Bevinding: De Nederlandse bijdrage was hoogwaardig, maar de militaire doelstellingen waren gezien de ingebrachte middelen (veel) te ambitieus.
De Nederlandse verwachtingen over de rol van MINUSMA bleken te hooggespannen.
9. Hoofdbevinding: Er is slechts in beperkte mate uitvoering gegeven aan de doelstellingen die voor de politie- en KMar bijdrage waren gesteld.
Het kabinet trekt de les dat indien vanuit de missie de wens bestaat om hoogwaardige capaciteiten in te bedden, maar de kennis en ervaring binnen het hoofdkwartier ontbreekt voor de planning en aansturing van deze capaciteiten, de vereiste kennis in het gereedstellingstraject van de Nederlandse bijdrage moet worden aangereikt aan de betreffende staffunctionarissen.
De aanbeveling van IOB om de personele en materiële capaciteiten beter in lijn te brengen met de gestelde doelen, sluit aan bij de door het kabinet onderschreven aanbeveling van de Algemene Rekenkamer