Eindevaluatie Nederlandse bijdrage aan de United Nations Mission in Sudan (UNMIS), 2 mei 2012 (blg-168964)
Van Rijksoverheid en Tweede Kamer. Hieronder alles wat Heimdall eruit haalt.
Lees de bron zelf (opent in nieuw venster)
Hoe Heimdall dit gebruikt
Elk feit hieronder staat ook op zijn eigen pagina, met deze bron erbij. Waar Heimdall een zin uit de bron citeert, staat die woord voor woord achter "Waar dat staat".
Dat Heimdall een bron gebruikt, zegt niet dat alles erin klopt: lees bij twijfel het origineel.
- Uitgever
- Rijksoverheid en Tweede Kamer
- Wat Heimdall eruit haalt
- 12 feitenWelke, hieronder
Missies 1
Inzet in Soedan
Verloop: 18 nov 2005
Verloop: 13 apr 2006
Verloop: 23 jun 2006
Verloop: 13 apr 2007
Verloop: 2009
Verloop: 9 jul 2011
Uitkomst: resultaat
Uitkomst: resultaat
Uitkomst: resultaat
Uitkomst: omvang
Uitkomst: lessen
Uitkomst: lessen
Waar dat staat
Op 18 november 2005 besloot de regering tot een bijdrage aan de United Nations Mission in Sudan (UNMIS).
De bijdrage van Nederlandse militairen en politiewaarnemers startte op 13 april 2006.
Aan Nederland is later het verzoek gericht om ook in de andere sectoren waarneme rs te stationeren, waartoe de regering zich na een nieuwe verkenningmissie bereid heeft verklaard. Hierover is de Kamer op 23 juni 2006 geïnformeerd (Kamerstuk 29 237 nr. 48).
De regering besloot op 13 april 2007 de Nederlandse bijdrage aan de missie te verlengen.
In 2009 hebben zich enkele incidenten voorgedaan waar Nederlands personeel bij betrokken was. Zo werd een Nederlandse UNMO enige uren gegijzeld door rebellen.
Het einde van het UNMIS-mandaat op 9 juli 2011 heeft de Nederlandse regering doen besluiten de personele bijdrage aan UNMIS op die datum te beëindigen.
UNMIS heeft een positieve rol gespeeld in het handhaven van de stabiliteit in de fragiele post-CPA periode. Het vreedzaam verlopen referendum en de onafhankelijkheidsverklaring van Zuid-Sudan zijn hiervan getuigenissen.
Spanning tussen de regering in Khartoum en Juba heeft echter gedurende de gehele periode bestaan, en gewelddadige incidenten vonden plaats ondanks de aanwezigheid van UNMIS.
Lokaal hebben de Nederlanders, mede omdat ze in tweetallen opereerden, door hun cultureel adaptief vermogen en hun inhoudelijke professionaliteit een door collega’s en leidinggevenden gewaardeerde bijdrage geleverd aan het functioneren van de teams en de teamsites waar zij werkten.
De Nederlandse bijdrage bestond bij de aanvang in 2006 uit vijftien militaire waarnemers en vijftien politiefunctionarissen.
Uit terugkoppelingen van de uitgezondenen is bovendien geconcludeerd dat men voor een dergelijke missie niet alleen over de nodige vaktechnische (militaire) kennis en vaardigheden, maar ook over voldoende incasseringsvermogen, realiteitszin en cultureel aanpassingsvermogen dient te beschikken.
Het uitzenden ‘vanaf functie’ is belastend voor de organisatie en het achterb lijvende personeel van de desbetreffende eenheid in Nederland.