NIMH, Encyclopedie Internationale Operaties: United Nations Observer Group in Lebanon (UNOGIL, 1958)
Van Nederlands Instituut voor Militaire Historie. Hieronder alles wat Heimdall eruit haalt.
Lees de bron zelf (opent in nieuw venster)
Hoe Heimdall dit gebruikt
Elk feit hieronder staat ook op zijn eigen pagina, met deze bron erbij. Waar Heimdall een zin uit de bron citeert, staat die woord voor woord achter "Waar dat staat".
Dat Heimdall een bron gebruikt, zegt niet dat alles erin klopt: lees bij twijfel het origineel.
- Uitgever
- Nederlands Instituut voor Militaire Historie
- Wat Heimdall eruit haalt
- 12 feitenWelke, hieronder
Missies 1
United Nations Observer Group in Lebanon (UNOGIL)
Bron van de missie
Wat de missie is
Verloop: 12 jun 1958
Verloop: 18 jun 1958
Verloop: 19 jun 1958
Verloop: 1 jul 1958
Verloop: 28 jul 1958
Verloop: 16 nov 1958
Verloop: 9 dec 1958
Uitkomst: resultaat
Uitkomst: omvang
Uitkomst: slachtoffers
Waar dat staat
De raad besloot in resolutie 128 van 11 juni 1958 een waarnemersgroep uit te zenden. … Daarom werden tien UNTSO-waarnemers, onder wie twee Nederlanders, tijdelijk overgeheveld naar UNOGIL. … In totaal zou Nederland negentien officieren aan UNOGIL uitlenen. … Het werk van de Nederlandse waarnemers kwam vooral neer op patrouilleren. Dit gebeurde in het Syrisch- Libanese grensgebied en langs de grenzen van de gebieden die door de strijdende partijen werden beheerst.
De raad besloot in resolutie 128 van 11 juni 1958 een waarnemersgroep uit te zenden. … Daarom werden tien UNTSO-waarnemers, onder wie twee Nederlanders, tijdelijk overgeheveld naar UNOGIL. De eerste vijf arriveerden op 12 juni in Beirut.
Zes van hen waren eigenlijk bedoeld om het Nederlandse aandeel in UNTSO uit te breiden. Zij vertrokken op 18 juni 1958, een dag nadat Nederland had besloten nog twee extra waarnemers te sturen.
Daarnaast stelde minister van Buitenlandse Zaken … op 19 juni 1958 ook een medisch officier van de Koninklijke Marine (KM) ter beschikking aan de VN.
Het eerste rapport van UNOGIL aan de Veiligheidsraad (1 juli 1958) stelde dat er onvoldoende bewijzen waren voor grootschalige wapensmokkel en troepenverplaatsingen. Enkele Nederlandse waarnemers bleken deze mening in het geheel niet te delen. Zij constateerden dat er wel degelijk op grote schaal wapens en materieel vanuit Syrië het land werden binnengesmokkeld.
De VN benaderden op 28 juli 1958 Nederland met het verzoek zeven extra waarnemers te sturen. Twee dagen later besloot de Nederlandse regering er zes uit te zenden.
Bijna een maand later, op 16 november 1958, trok de Libanese regering haar klacht over inmenging door de VAR in. Hiermee verviel de grondslag van UNOGIL.
Tussen 26 november en 9 december 1958 werd UNOGIL in drie slagen teruggetrokken. … De derde en laatste groep verliet op 9 december het land.
UNOGIL rapporteerde op 30 juli 1958 opnieuw dat er geen aanwijzingen waren dat op grote schaal wapens werden gesmokkeld. Er was wel veel grensoverschrijdend personenverkeer, maar grote gewapende groepen hadden de waarnemers niet geobserveerd.
In totaal zou Nederland negentien officieren aan UNOGIL uitlenen.
Dodelijke slachtoffers: geen