Stand

Defensie in cijfers

Volgens een raming van de NAVO haalt Nederland in 2025 de norm van 2% van de economie. Voor 2035 is 3,5% afgesproken.

Waar dit vandaan komt

Elk getal staat er met de datum waarop het gold en de pagina waar het staat. Niets is opgeteld, omgerekend of geschat, behalve wat als berekend gemarkeerd staat.

Bijgewerkt
Nieuwste peildatum
21 okt 2026
Bronnen
202 openbare publicaties

Hoe deze cijfers worden verzameld

In het kort

Mensen bij Defensie
86.040stand 1 sep 2026Per krijgsmachtdeel
Deel van de economie
ongeveer 2,49%2025, raming van de NAVODe NAVO-norm
Uitgaven
ongeveer € 26.100 miljoen2025, telling van de NAVOPer jaar
Periode

Defensie, Laatste 10 jaar (2017–2026): 215 gepubliceerde cijfers

Defensie en krijgsmachtdelen

Personeel van Defensie en per krijgsmachtdeel, peildatum 1 sep 2026
  • Militairen
  • Burgerpersoneel
  • Reservisten
  1. Defensie86.040 totaal; waarvan militairen 46.936, burgerpersoneel 29.245, reservisten 9.859.
  2. Landmacht27.836 totaal; waarvan militairen 18.904, burgerpersoneel 4.156, reservisten 4.776.
  3. Marine13.237 totaal; waarvan militairen 7.574, burgerpersoneel 3.393, reservisten 2.270.
  4. DOSCO11.812 totaal; waarvan militairen 2.573, burgerpersoneel 8.676, reservisten 563.
  5. Luchtmacht10.826 totaal; waarvan militairen 7.872, burgerpersoneel 1.637, reservisten 1.317.
  6. Marechaussee9.813 totaal; waarvan militairen 7.939, burgerpersoneel 1.137, reservisten 737.

Bron: Aantallen personeel — Defensie (opent in nieuw venster)

Door de jaren

Militairen volgens de NAVO-telling, 2017–2026
020.00040.00060.00020182020202220242026

Bron: NAVO, Defence Expenditure of NATO Countries (2014-2025) (opent in nieuw venster)

Elke stip is een gepubliceerd cijfer; een open stip is een benadering. Waar meer dan vijf jaar niets is gepubliceerd, loopt de lijn niet door.

De NAVO telt anders dan Defensie zelf: het gemiddelde aantal militairen per jaar, in duizendtallen. Dit is dus een andere telling dan de 46.936 militairen van 1 sep 2026 hierboven.

Alle jaren op de tijdlijn

Uitleg bij deze lijnen

NAVO-telling. Het gemiddelde aantal militairen per jaar volgens de NAVO, in duizendtallen en inclusief dienstplichtigen (tot de opschorting in 1996). Daarom een eigen lijn, naast de beroepsmilitairen die Defensie zelf telt.

Wat telt mee

Militairen zijn hier beroepsmilitairen; reservisten staan apart. Totalen komen rechtstreeks uit de bron. Niet elk Defensieonderdeel is al opgenomen.

Alle cijfers als tabel, met bron

2025

De NAVO-norm

Hoeveel van de economie (het bbp) naar defensie gaat, en hoe ver dat van de afspraken zit.

Norm van 2%
gehaald
Afstand tot 3,5%
nog 1,01 procentpuntafgesproken voor 2035

berekend De afstand is de norm min het NAVO-cijfer, berekend door Heimdall, niet gepubliceerd.

Defensie-uitgaven als deel van het bbp (NAVO-definitie), in procent, 2017–2025
  1. 2017: 1,12%
  2. 2018: 1,19%
  3. 2019: 1,29%
  4. 2020: 1,37%
  5. 2021: 1,32%
  6. 2022: 1,39%
  7. 2023: 1,6%
  8. 2024: ongeveer 2%
  9. ongeveer 2,492025: ongeveer 2,49%

Stippellijnen: 2%-norm (NAVO 2014, wet 2025), 3,5%-norm (NAVO 2025), elk vanaf het jaar van de afspraak.

Bron: NAVO, Defence Expenditure of NATO Countries (2014-2025) (opent in nieuw venster)

Alle jaren op de tijdlijn

28 mei 2026

Het 1,5%-deel staat apart. Voor bredere veiligheid heeft het kabinet zelf een eerste telling gemaakt, op de Nederlandse manier: 1,4% van het bbp. Dat is anders geteld dan de ongeveer 2,49% van de NAVO en dus niet daarbij op te tellen; de NAVO berekent haar eigen cijfer nog. Waarom de cijfers verschillen.

De normen zelf
  • Vastgesteld 25 jun 2025

    NAVO-norm Den Haag: tot 1,5% voor weerbaarheidNAVO

    Waar dat staat (Engels)

    And Allies will account for up to 1.5% of GDP annually to inter alia protect our critical infrastructure, defend our networks, ensure our civil preparedness and resilience, unleash innovation, and strengthen our defence industrial base.

  • Vastgesteld 5 sep 2014

    NAVO-richtlijn 2% (Wales, 2014)NAVO

    Waar dat staat (Engels)

    Allies whose current proportion of GDP spent on defence is below this level will: halt any decline in defence expenditure; aim to increase defence expenditure in real terms as GDP grows; aim to move towards the 2% guideline within a decade with a view to meeting their NATO Capability Targets and filling NATO's capability shortfalls.

  • Vastgesteld 30 aug 2025

    Wet financiële defensieverplichtingen: ten minste 2%Nederlandse wet

    Waar dat staat

    Met ingang van het begrotingsjaar volgend op het jaar van inwerkingtreding van dit artikel bedragen de defensie-uitgaven, overeenkomstig afspraken gemaakt binnen de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO), het equivalent van ten minste twee procent van het bruto binnenlands product van het land Nederland. … met uitzondering van artikel 1 dat in werking treedt op 1 januari van het jaar na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst. … Uitgegeven de derde oktober 2025

  • Vastgesteld 25 jun 2025

    NAVO-norm Den Haag: 3,5% voor defensie zelfNAVO

    Waar dat staat (Engels)

    Allies will allocate at least 3.5% of GDP annually based on the agreed definition of NATO defence expenditure by 2035 to resource core defence requirements, and to meet the NATO Capability Targets.

  • Vastgesteld 25 jun 2025

    NAVO-norm Den Haag: 5% in totaalNAVO

    Waar dat staat (Engels)

    Allies commit to invest 5% of GDP annually on core defence requirements as well as defence-and security-related spending by 2035 to ensure our individual and collective obligations, in accordance with Article 3 of the Washington Treaty.

De 2% en de 3,5% tellen volgens de NAVO-definitie van defensie-uitgaven, dezelfde als het cijfer hierboven. Voor de 1,5% (bescherming van infrastructuur, netwerken, weerbaarheid, innovatie, defensie-industrie) en dus voor de 5% in totaal publiceert de NAVO nog geen cijfer per land. Daarom staat daar geen afstand bij.

Alle percentages als tabel, met bron

Geld

Begrotingen en uitgaven zoals de Rijksbegroting en de NAVO ze publiceren.

Bedragen
Defensie-uitgaven (NAVO-definitie), in miljoen euro, 2017–2025
  1. 2017: € 8.539 miljoen
  2. 2018: € 9.456 miljoen
  3. 2019: € 10.778 miljoen
  4. 2020: € 11.249 miljoen
  5. 2021: € 11.758 miljoen
  6. 2022: € 13.189 miljoen
  7. 2023: € 15.500 miljoen
  8. 2024: ongeveer € 20.200 miljoen
  9. ongeveer 26.1002025: ongeveer € 26.100 miljoen

Bron: NAVO, Defence Expenditure of NATO Countries (2014-2025) (opent in nieuw venster)

Uitleg bij de bedragen

Begroot en uitgegeven staan apart. NAVO-cijfers blijven in de munt en het jaar van het rapport: guldens tot en met 2001, euro's vanaf 2002. Vanaf 2002 rekent de NAVO met een herziene definitie van defensie-uitgaven; de sprong tussen 2001 en 2002 komt daardoor en door de overstap op de euro.

Alle bedragen als tabel, met bron

Kosten van missies

Wat een missie kost of kostte, per bedrag zoals de bron het noemt. Elke missie heeft deze bedragen ook op haar eigen pagina.

Toon de tabel (140 bedragen)

Toon de volgende 15 bedragen

Eenheden

Momentopnamen uit openbare berichten, elk met een eigen datum. Geen volledig overzicht, en niet bij elkaar op te tellen.

Toon de tabel (1 cijfer)

Personeel per missie

Hoeveel Nederlanders een bron noemt voor een missie, van Defensie of uit de bijdragecijfers van de VN. Voor 21 missies staat er een aantal, gekozen op de datum van het bericht. Alleen aantallen, nooit waar ze op dat moment zijn.

Toon de tabel (21 cijfers)

Waarom verschillen de cijfers?

De NAVO en de Nederlandse begroting geven elk een eigen percentage van het bbp. Ze tellen niet hetzelfde, dus de cijfers verschillen. Heimdall toont ze allebei zoals ze gepubliceerd zijn, apart.

Beide reeksen naast elkaar, 1990–2013 (alle jaren waarvoor beide reeksen bestaan)
Defensie-uitgaven als deel van het bbp, zoals gepubliceerd
JaarNAVO-definitieRijksbegroting
19902,7%2,4%
1991ongeveer 2,6%2,3%
19952,0%1,8%
19961,9%1,7%
19971,8%1,6%
19981,7%1,4%
19991,8%1,5%
20001,6%1,3%
2001ongeveer 1,6%1,2%
20021,5%1,2%
20031,6%1,2%
20041,5%1,2%
20051,5%1,2%
20061,5%1,2%
20071,5%1,1%
20081,35%1,1%
20091,42%1,2%
20101,34%1,3%
20111,24%1,3%
20121,22%1,2%
20131,17%1,2%

Bronnen: NAVO, Defence expenditures of NATO countries 1970-1991, M-DPC-2(91)105 (1991) (opent in nieuw venster); NAVO, Defence expenditures of NATO countries 1975-1999 (1999) (opent in nieuw venster); en 8 andere, zie de tabel

Zo verwijs je hiernaar

Heimdall Atlas, ‘Defensie in cijfers’, bijgewerkt 4 november 2026, geraadpleegd 4 november 2026, https://heimdallatlas.com/cijfers

Heimdall zet op een rij wat anderen publiceerden. Gebruik je een feit, noem dan ook de oorspronkelijke bron: die staat erbij.

Voor een scriptie of publicatie: APA en BibTeX

APA

Heimdall Atlas. (2026, 4 november). Defensie in cijfers. Geraadpleegd op 4 november 2026, van https://heimdallatlas.com/cijfers

BibTeX

@misc{heimdall-cijfers,
  author = {{Heimdall Atlas}},
  title = {Defensie in cijfers},
  year = {2026},
  date = {2026-11-04},
  url = {https://heimdallatlas.com/cijfers},
  urldate = {2026-11-04},
  note = {Geraadpleegd op 4 november 2026; dataversie 91dea28b61eea934}
}

Dataversie 91dea28b61eea934: daarmee is precies na te gaan welke gegevens je zag.

Over verwijzen naar Heimdall